Fosfaatrechten

Het melkquotum van vroeger is niet meer. Sinds 1 januari 2018 heeft het fosfaatrechtenstelsel zijn intrede gedaan, omdat de Nederlandse veehouderij meer fosfaat produceerde dan was toegestaan op basis van Europese afspraken. In dit artikel wordt eerst uitgelegd wat het fosfaatrechtenstelsel is. Het tweede deel van het artikel gaat in op recente ontwikkelingen.

Het doel van het fosfaatrechtenstelsel voor melkvee is dat de productie van fosfaat onder het fosfaatplafond komt en blijft (zoals met Europa afgesproken). Het stelsel is enkel gericht op landbouwbedrijven met bedrijfsmatig* gehouden melkvee, omdat deze na het schrappen van het melkquotum sterk gegroeid is en daardoor meer fosfaat produceert dan mag. Er zijn drie diercategorieën waarvoor fosfaatrechten nodig zijn: diercategorie 100, 101 en 102. Welke dieren hieronder vallen kunt u hier op de website van Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) lezen. In januari 2018 hebben melkveehouders een beschikking met het aantal fosfaatrechten ontvangen van RVO en mag men met het gehouden melkvee niet meer fosfaat produceren dan deze beschikking. Bij een tekort aan fosfaatrechten is er de mogelijkheid om te kopen dan wel te leasen. Bij een overschot aan fosfaatrechten is er de mogelijkheid om te verkopen dan wel te verleasen.

Het fosfaatrechtenstelsel is nog jong en in 2019 zijn er al enkele ontwikkelingen geweest. Zo is er een proefproces geweest met betrekking tot de verdeling van fosfaatrechten tussen pachter en verpachter. Als de melkveehouder bedrijfsgebouwen en/of landbouwgrond pacht van een verpachter, moet hij die gebouwen en/of de grond bij het einde van een pachtovereenkomst weer teruggeven aan de verpachter. De verpachter is van mening dat de pachter op dat moment ook zijn fosfaatrechten aan de verpachter moet overdragen. De pachter is het daar niet mee eens. Het Hof heeft in zijn arrest van 26 maart 2019 besloten dat fosfaatrechten in beginsel van de pachter zijn. Onder enkele voorwaarden kan de verpachter wél aanspraak op fosfaatrechten maken. Lees hier onder welke voorwaarden dit het geval is. Hierbij moet wel vermeld worden dat beide partijen in dit proefproces nog mogen reageren voordat het hof op hun vorderingen beslist.

Nog recenter, 4 juni 2019, is een wetswijziging door de Eerste Kamer aangenomen om het afromingspercentage bij handel van fosfaatrechten tijdelijk te verhogen van 10 naar 20%. Tot die datum werd elke overdracht afgeroomd met 10% om er zo voor te zorgen dat Nederland onder het fosfaatplafond zou blijven. Echter, het aantal uitgegeven fosfaatrechten bleek te veel te zijn en het verhogen van het afromingspercentage is een maatregel om het aantal uitgegeven fosfaatrechten onder het sectorale plafond van 84,9 miljoen kilo te krijgen. Het afromingspercentage zorgt ervoor dat een verkoper van fosfaatrechten meer moet aanleveren dat de koper ontvangt, waardoor het aantal fosfaatrechten steeds iets afneemt. De verhoging van dit percentage zorgt er dus voor dat een verkoper nog meer kilo’s moet leveren dan de koper ontvangt. Om bovenstaande te verduidelijken een cijfervoorbeeld. Verkoper wilt fosfaatrechten verkopen aan koper en zij spreken af dat er 100kg netto fosfaatrechten verkocht worden voor een bepaalde prijs. Verkoper zal dan 125kg bruto moeten leveren om 100kg netto fosfaatrechten te kunnen leveren aan koper. De verkoper raakt dus 125kg kwijt, terwijl de koper 100kg ontvangt. Volgens de oude wetgeving met een afromingspercentage van 10% had verkoper 111,11kg bruto fosfaatrechten moeten leveren om 100kg netto fosfaatrechten aan koper te kunnen leveren. Wanneer de sector weer onder het sectorplafond komt als gevolg van deze regeling, wordt de verhoging uiterlijk twee weken daarna teruggedraaid.

*Voor hobbymatig melkvee (tot 100kg fosfaatrechten) zijn geen fosfaatrechten nodig.

Publicatiedatum: 11-06-2019